Wisser 2

  We zijn nog altijd in Sri Lanka waar de werkelijkheid soms nét iets anders ligt dan je denkt.

Allereerst: onze cabana hier ligt op ongeveer 100 meter van de Indische Oceaan en in de badkamer staat een wisser. Jawel, ze bestaan dus toch in dit land, hoewel onze ‘good old’ Leifheit beduidend beter werkt, maar het is een begin.

Ten tweede: de oceaan beukt enorm hard op het strand. Onze cabana is half open en vannacht dacht ik dat het stormde, maar dat bleek het, niet te negeren, gebrul van de branding te zijn. Ik weet niet of de Noordzee in 1953 meer herrie maakte.

Ten derde: de cabana staat in een jungle-achtige tuin. Vanmorgen na het ontbijt zaten we op de veranda, terwijl Veerle haar schoonheidsslaapje deed en achtereenvolgens passeerden een varaan, twee gibbons, een pauw, een grote eekhoorn en een reeks kleine eekhoorns ons huisje. Ik vind dat gaaf.

Minder gaaf is het dat er ook meer dan een miljoen vogels in de tuin zitten die stipt om zes uur ’s avonds, maar ook om zes uur ’s ochtends een enorme herrie maken. Er is er één, ik verdenk die zwarte, die een lage, zeer doordringende toon produceert waar zelfs Veerle niet doorheen slaapt. Die vogel heb ik weggejaagd. Ja, zeg, je moet een slapend kind niet wakker maken.

Maar goed, die werkelijkheid waar ik het net over had, laat ik daar eens op terugkomen. Op dit huisjespark proberen ze de gasten bewust om te laten gaan met water. Er hangt een bordje in de badkamer waar opstaat hoeveel water je verspilt als je bijvoorbeeld de kraan laat lopen terwijl je je tanden poetst (5 tot 10 liter!). Ik ben daar gevoelig voor, dus braaf als ik ben, draai ik steeds netjes de kraan dicht.

Onze dochter echter was vandaag voor het eerst van haar leven op het strand en, oh mijn god, wat zat zij onder het zand. De stranddouche was ontmanteld ‘vanwege vandalisme’, dus het zandvrij maken, kwam op onze eigen douche aan. Probeer dan nog maar eens milieubewust te blijven. We mopperden op de gesloopte stranddouche. Zó ingewikkeld kon het toch niet zijn om die te repareren? En als je als hotel dan toch bezig bent, maak dan meteen een zonneterras aan de strandkant met een restaurantje om te lunchen en eventueel een zwembad. Niels tekende op het strand alvast een plattegrondje van de ‘nieuwe voortuin’.

Wat schetste onze verbazing? Toen Niels de strandlakens om ging ruilen voor zandvrije exemplaren raakte hij aan de praat met de directeur. Hij wil allang zo’n terras bouwen met een lunchgelegenheid, maar de plaatselijke politiek houdt het tegen. Die vindt dat anderen ook een graantje mee moeten mogen pikken van het strand. Zodoende zijn er nu twee illegale eettentjes op het strand en is de stranddouche al een aantal keer vernield. Heel bewust heeft het hotel de douche dus niet meer gerepareerd. Sterker nog de manager is zelfs bang en hoopt erop dat ze niet nog meer moeilijkheden krijgen met de strandmensen. De directie van dit hotel heeft dus zeker zulke goede verbeterplannen als wij vandaag, maar krijgt helaas geen bouwvergunning.

Wij aten voor de lunch dus een illegale vis en douchten noodgedwongen veel te lang in onze hut. Gekke politiek.

Wisser

image

Met manlief en kind reis ik door Sri Lanka deze zomer. Om de twee, drie of vier nachten doen we een andere plek aan en dat betekent dat we steeds ergens anders slapen. Zo’n guesthouse, hotel, homestay of cabana heeft man dit keer vooraf geboekt. Met zo’n peuter moet je het jezelf niet onnodig moeilijk maken, vinden wij.

De foto’s op Booking.com, de beschrijvingen in de Lonely Planet en de reviews op Zoover of Tripadvisor geven je een redelijk beeld van de te boeken slaapplek. Ik zeg redelijk, want ‘tjonge, jonge’ soms is het wel even slikken hoor. Het kost mij altijd minimaal een uurtje om aan het nieuwe ‘thuis’ voor de komende nachten te wennen. En perfect is het zelden.

De moderne betonnen badkamer ziet er in het echt eerder Spartaans dan hip uit. Het hotel met prachtig uitzicht over de jungle is alleen bereikbaar via een steil, modderig pad met een gammel bruggetje: lekkere binnenkomer als je arriveert terwijl het pijpenstelen regent. De warme douche zet de hele badkamer blank, waardoor je de rest van de dag met je voeten in de nattigheid zit als je moet piesen – geen wonder dat de kamer riekt naar natte hond. Het geratel van de airco zou zelfs mijn dove oma wakkerhouden. De handdoek waarmee ik m’n gezicht afdroog, ruikt alsof ie in de regen te drogen heeft gehangen. En tegen de tijd dat je van onze cabana bij het zwembad bent aangekomen, is je humeur al zover gedaald dat elke relatie danig onder druk zou komen te staan.

Nee, zo’n rondreis door Sri Lanka, ik zeg: ‘niet doen’.

Maar als de regen gestopt is en je mijmert vanuit je hangmat in de jungle-verte, dan wordt het modderpad een avontuur, ook in het pikdonker. En als dochterlief in de Spartaanse badkamer in een wastobbe naar hartelust zit te badderen, dan verruil je die ‘natte hond’ gewoon voor ‘zoete Zwitsal’. De rammelende airco zet je uit, dan zweet je maar wat meer.

Zo heeft elke accommodatie wel haar charme: van prachtige uitzichten tot bijzondere ontmoetingen die vooral ontstaan doordat we met een blanke peuter reizen met grote, blauwe ogen en een kop vol blonde krullen. We slikken onze ongenoegens in, besparen ons de moeite van het zoeken naar een ánder hotel en genieten waar het kan.

Eén ding echter wens ik niemand toe en dat is piesen met je voeten in de nattigheid. Dat went niet, nooit, en ik begrijp totaal niet waarom er in die Srilankaanse badkamertjes niet gewoon overal een wisser of een trekker staat. Simpele en goedkope oplossing voor een tenenkrommend probleem. Dát ga ik in m’n reviews zetten. Nee, echt.

Taxi-chauffeur

image

Hij draagt een bruine broek van glanzend materiaal. De witte blouse laat de omtrek van zijn katoenen hemd zien. Ook zijn blouse glanst: het goedkope glimmen van synthetisch materiaal. Keurig, dat wel, net als de zijscheiding in zijn gladde haar. Een vleugje grijs. Grote ogen. Ik bespeur melancholie, maar dat kan ook invulling zijn.

We rijden van Kandy naar Haputale. Ik zit voorin en heb eindelijk de kans om een aantal vragen te stellen die mij al de hele reis bezighouden. Of Sri Lanka een echte democratie is, hoeveel belasting de inwoners moeten betalen, sinds wanneer ze zulke goede wegen hebben en hoe de rode, stekelige vruchten heten die in grote getalen langs de weg verkocht worden.

Onze chauffeur spreekt goed Engels als de vragen hem bevallen en hij wordt onbegrijpelijker als hij geen antwoord wil geven op de vraag hoeveel een theeplukster per dag verdient. Ik weet al gauw dat hij de vorige president beter vond dan de huidige, dat er volgende maand verkiezingen zijn en dat hij een kleindochter heeft die hij niet vaak ziet, omdat zijn zoon gescheiden is. Ook in Sri Lanka wordt gescheiden.

Onze chauffeur loodst zijn opgeknapte Chinese Nissan (onbelast) over de bochtige bergwegen. En net op het moment dat we ons afvragen of Veerle last zou kunnen hebben van wagenziekte kotst ze de hele boel onder. Met een milde glimlach – leve het Buddhisme – laat de chauffeur het zakje kots achter in de berm. Veerle verhuist naar voorin en de gesprekken verstommen in de angst voor wagenziekte.

Na vijfenhalf uur is eindelijk de plaats van bestemming in zicht. Alleen een verkeersopstopping veroorzaakt door een wegopbreking scheidt ons nog van ons hotel. Opgelucht vraag ik de chauffeur of hij gaat overnachten bij zijn zus in Ella. Het is immers al half 5. Hij antwoordt dat hij terugrijdt naar Kandy om een rit te regelen voor de volgende dag. Zijn mededeling slaat me in het gezicht. Elke dag rijdt deze man in zijn opgeknapte Nissan met stoelen van gekrakeleerd, zwart leer van Kandy naar een andere plaats en verdient daarmee 75 dollar. Hiermee behoort hij tot de middenklasse van de Srilankaanse bevolking. Plots heb ik medelijden. Wat een leven zeg.

Speeltuin

 Naar de speeltuin gingen we, aan de oostkuant van het meer. Het idyllische meer waar bussen, trucks en tuktuks omheen razen. Het geluid van de welvaart went moeizaam. In een later stadium zal de weg om de stad geleid worden en keert de rust om het meer terug, maar nu nog niet.

We betalen 14 cent entree en vinden een plekje in de schaduw. Veerle slaapt. De ironie. Het geraas van de bussen en het geklater van kinderstemmen vormen haar wiegelied.

Naast de speeltuin is de kleuterschool. Tientallen in wit uniform geklede kinderen rennen rond op hun te grote schoenen. Armoede. De rijkere kindjes hebben schoenen die passen. Ouders hangen rond in de schaduw. Een briesje biedt verkoeling. Een enkeling maakt een foto of laat een foto maken door de meneer met ‘Canon’ op zijn bodywarmer.

 Spelende kindjes staan nooit stil. Ze hebben haast, want er is zoveel te zien, te doen en te beleven.

Veerle wordt wakker. Verdwaasd kijkt ze om zich heen. Steeds als ze wakker wordt, is ze op een andere plek. Op reis zijn, is niet zoals thuis. Ze herpakt zich en de cirkel waarin ze zich beweegt wordt groter en groter. De speeltoestellen voor peuters vindt ze niet interessant. De grote glijbaan met de grote trap moet het zijn. Er zijn nooit genoeg ‘pas ops’ en ‘voorzichtigs’ om papa gerust te stellen.

We reizen voor het eerst met z’n drieën. Dat levert nieuwe beelden en nieuwe ervaringen op. Niet alles gaat makkelijk. Het meeste wel. Ons witte kind zal er in Nederland aan moeten wennen dat ze heus niet zo bijzonder is, ten minste niet in de ogen van elke voorbijganger.

Maker Ed

Ed en Willem met tekst“Wie is toch die Maker Ed?”, dacht ik elke keer als ik de term op Twitter voorbij zag komen. Steevast ging Maker Ed vergezeld van foto’s van knutselende kinderen. “Leuk”, dacht ik en vrijwel gelijktijdig zag ik Ed en Willem Bever klussen in de Fabeltjeskrant. Geen probleem of klus zo moeilijk of zij losten het op. Konden zij het maken? Nou en of! Voilà, daar had ik mijn ‘Maker Ed’.

Nu is Twitter een gouden bron van informatie en het feit dat Maker Ed meestal aan elkaar wordt geschreven met een hashtag ervoor, zette mij gelukkig op een ander spoor. Ik klikte en las, klikte verder en las nog meer. Maker Ed werd #makered en ik leerde wat het begrip inhield, zonder dat ik de term begreep. Dat weet ik nu, na gisteravond.

‘Makered’ is geen voltooid deelwoord van het neologisme ‘makeren’ en ook Ed Bever heeft er weinig mee van doen. Makered staat voor Maker Education: een manier van leren waarbij het maken of uitvinden van een product centraal staat. Sylvia Martinez is in de Verenigde Staten de goeroe van de makered-movement en schreef over dit onderwerp de must-read Invent to learn.

Terug naar gisteravond. Ik ben met 59 min of meer gelijkgestemde zielen te gast in het FreedomLab – Learn by doing, understand by sharing – in Amsterdam. De initiatiefnemers van De Nederlandse School hebben hier een event georganiseerd  over ‘makered’. De Nederlandse School biedt vanaf komend jaar:

een post-doctorale opleiding aan voor ambitieuze onderwijsprofessionals die uitblinken in hun vak en die willen werken aan hun eigen groei en de creatieve ontwikkeling van hun docentschap.

Wij –  de gasten, de deelnemers, de geïnteresseerden, de  meedenkers, de critici, de leerlingen, de docenten, de toekomstige studenten – gaan vanavond ‘makered’ ervaren. De vier makered-koplopers van Nederland, Arjan, Per-Ivar, Marten en Rolf, staan hun kind ter adoptie af. Met pijn in hun hart, dat wel.

Daar is de melkklopper van Ikea. Onze opdracht luidt: maak daar wat van! Oh mijn hemel, ik? Iets maken? Knutselen? Onder het oog van anderen? Mensen die ik voor gisteravond nog nooit had gezien? En wat ligt daar op die tafel? Rietjes, pijpenragers, gekleurd plakband, een bol katoen, schaar, stanleymes, rare plastic dingetjes, stiften. Sinds ik kan lezen en schrijven zijn dat stuk voor stuk spullen waarmee ik me niet meer heb ingelaten. En met reden.

Event 3Ik laat me leiden door de kleuren van het materiaal, door beelden, door wat ik denk dat er mooi uit zal zien. Met de functionaliteit kan ik niet veel. Zo’n melkklopper draait best hard rond, dus mijn creatie zal in ieder geval ronddraaien. En verder… Weet ik veel.

Als ik opzij kijk, zie ik aan de andere tafel mensen samenwerken. Shit, niet aan gedacht. Ik zit compleet in mijn eigen wereldje. Wat maken ze daar? Oei, dat ziet er goed uit. Een prutser ben ik, niets meer, niets minder. Ah, het lijkt een bloem te worden. Bloem, bij… Ja, ja, daar kan ik iets mee. Een bij zoemt rond de bloem. Rietje eraan vast, beetje knopen met dat touw. Tjeezus, wat draait die bij hard rond. Hij moet meer wiebelen. Hmm, misschien zwaarder maken? Ik pruts er een ijzertje aan vast. Shit, niet in het midden. Nu zakt die hele bij opzij. Zucht. Opschuiven dat ijzertje. Ja, ja, zo blijft ie in het midden. Melkklopper aan. Nee! Nog steeds te hard.

Event 1En het is tijd… Allemaal stoppen. Ik weet niet of ik opgelucht ben. Ik ben in ieder geval ontevreden, want het bijtje vliegt nog steeds als een dolle rond die bloem.

Nu is het showtime. De mooiste creaties worden gedemonstreerd. Ik vind het gaaf wat anderen bedacht hebben en ben heimelijk jaloers.

Na de showcase bespreken we in tweetallen wat het ‘maken’ met ons gedaan heeft. Ik vind het confronterend om te merken dat samenwerken niet mijn eerste natuur is. Tijdens het knutselen zat ik in mijn eigen coconnetje en het is niet in mij opgekomen om mijn melkklopper vast te lijmen aan die van mijn buurmanEvent 2. Verder voelde ik me jaloers en onzeker. Ook was ik niet de beste, maar dat ik daar last van had, heb ik voor mezelf gehouden.

Op de grootste post-its die ik ooit gezien heb, schrijven we onze bevindingen. Als ik de post-its van de anderen lees, voel ik me opgelucht. Ik ben niet de enige jaloerse trut.

Maar wat nu? De ervaring is er. Wat heb ik geleerd? En wat kunnen mijn leerlingen hierdoor leren? Hoe zet ik Maker Education in bij Nederlands? Wat kunnen we daar maken? Van wat in mij opkomt – poster, kookboek, tijdschrift, gedicht, blog –  word ik niet mega-enthousiast. Been there, done that. We vormen een talentafel en discussiëren over het inzetten van ‘maken’. Hoe breder je het begrip maakt, hoe gemakkelijker je zaken die in de les gebeuren kunt zien als ‘maken’. Het maken van een structuurschema voor grammatica, het maken van een spel om woordjes te leren. Helemaal niet verkeerd, maar niet wat ik voor ogen heb. Of zou willen hebben. Ik realiseer me voor de zoveelste keer dat het leren van een vreemde taal wezenlijk anders is dan een goede beheerser te worden van je moedertaal. Ik noteer voor mezelf:

Hangt de beheersingsgraad van een taal samen met de hoeveelheid vrijheid die je kunt geven of de hoeveelheid creativiteit die mogelijk is?

Als het antwoord op mijn vraag ‘ja’ is, dan zouden er bij Nederlands meer mogelijkheden moeten zijn dan bij de moderne vreemde talen of de klassieke talen. Waarom kan ik dan niets bedenken wat in ieder geval mezelf tevreden stelt? Als het antwoord op mijn vraag ‘nee’ is, dan slaat mijn hersenpan op tilt. Dan heb ik meer denktijd nodig om te begrijpen hoe ik dat ‘maken’ kan inzetten. Natuurlijk kan ik klein en beheersbaar beginnen, maar ik wil eerst meer nadenken over wat ‘invent to learn’ als groter geheel betekent voor mijn vak. Hoe kunnen mijn leerlingen binnen het vak Nederlands uitvindingen doen?

De avond loopt ten einde. We wisselen nog één keer uit, er wordt bedankt en gekust en ik schenk mezelf een glas wijn in. Ik heb een enerverende avond gehad met inspirerende mensen. Ik heb ideeën opgedaan, ik heb veel stof tot nadenken én ik heb op een OV-fiets door Amsterdam gefietst.

Echt te gek allemaal.